Spreekrecht tijdens de raadsvergadering

Tijdens de raadsvergaderingen kunt u gebruik maken van het spreekrecht. U kunt spreken over onderwerpen die  rechtstreeks geplaatst zijn op de agenda* van de raad en ook over niet op de agenda staande onderwerpen.

*Dit betreft de agendapunten waar (R) achter vermeld staat.

De totale spreektijd voor alle burgers samen is maximaal 30 minuten. Elke spreker heeft maximaal 5 minuten. Het woord kan niet gevoerd worden over:

  • Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft open gestaan.
  • Over benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen.
  • Indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
  • Moties vreemd aan de orde van de dag (actuele moties over een niet op de agenda staand onderwerp die tijdens de vergadering worden ingediend).

Wanneer u wilt inspreken, dan moet  u zich vooraf melden bij de griffier. Aanmelden kan tot uiterlijk 15 minuten voor het begin van de vergadering.

Spelregels

Spreekrecht is bedoeld om burgers de kans te geven kort en krachtig hun standpunt te laten geven. Daarvoor gelden in de raadsvergadering wel enkele spelregels:

  1. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volg­orde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
  2. De totale spreektijd voor alle burgers samen is 30 minuten. Het spreekrecht moet een belangrijke en nuttige bijdrage zijn, dit ter beoordeling van de voorzitter.
  3. Elke spreker voert hoogstens vijf minuten het woord en stopt met spreken, zodra de voor­zitter hem dat vraagt. In bijzondere gevallen, als de com­missie dat nodig vindt, kan een langere termijn worden gegeven.
  4. De voorzitter mag in gevallen, waarvan hij van mening is, dat de goede gang van zaken verstoord wordt, de spreektijd te bekorten.
  5. De voorzitter kan de deelnemers aan een de vergadering toestaan aan de inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering
  6. Als een spreker beledigende woorden of gebaren, tegen wie dan ook, gebruikt, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen en na herhaling het recht van spreken afgenomen.

Zie ook:Spreekrecht tijdens de raadscommissievergadering